Welkom! Hoe kunnen we je helpen?

Import Mapping aanmaken

Met een import mapping bepaal je hoe gegevens uit een importbestand worden verwerkt in Babeldat. Je koppelt de gegevens uit het bronbestand aan de bijbehorende velden in Babeldat. Een import mapping kan worden afgestemd op de structuur van het bestand dat je wilt importeren. Er is daarom geen vaste indeling die voor ieder importbestand gebruikt moet worden.

Voor informatie over het opbouwen van het bronbestand, zie Bronbestand voorbereiden voor een import.

Import mapping aanmaken

Ga naar Instellingen > Import mapping schema’s en maak een nieuwe mapping aan.

Vul de beschikbare velden in:

Veld Omschrijving
Naam De naam van de import mapping.
Bestandstype Het bestandstype van het te importeren bestand, bijvoorbeeld Excel, CSV, ASCII, JSON of XML.
Serializer Bepaalt welk type gegevens met de mapping worden geïmporteerd.
Hoofdsleutel Bepaalt van welk onderdeel van de ingelezen gegevens de velden worden geconfigureerd.
Separator Het scheidingsteken dat in het bestand wordt gebruikt. Dit is van toepassing op bestanden waarbij gegevens door een scheidingsteken van elkaar worden gescheiden, zoals CSV- of ASCII-bestanden.
Denotatie segmenten Geeft aan welke kolom het type regel bevat en welke waarde in die kolom aangeeft dat een nieuwe hoofdregel begint.

Bestandstype

Selecteer het bestandstype dat overeenkomt met het bestand dat wordt geïmporteerd.

Voorbeelden zijn:

  • Excel
  • CSV
  • ASCII
  • JSON
  • XML

Serializer

Met de Serializer bepaal je welk type gegevens wordt geïmporteerd en welke velden hiervoor beschikbaar zijn. Welke serializers beschikbaar zijn, is afhankelijk van de inrichting van Babeldat en het type gegevens dat je wilt importeren.

Bijvoorbeeld: voor een import van verkooporders wordt een serializer gebruikt die de gegevens van verkooporders en de bijbehorende orderregels kan verwerken.

Hoofdsleutel

Met Hoofdsleutel selecteer je het onderdeel van de ingelezen gegevens waarvan je de velden wilt configureren. Welke hoofdsleutels beschikbaar zijn, is afhankelijk van de structuur van het ingelezen bestand.
Een hoofdsleutel kan bijvoorbeeld een order, orderregel of ander onderdeel van de geïmporteerde gegevens zijn. Bij een bestand met verschillende regeltypen kan een segment als hoofdsleutel worden gebruikt.
Wanneer bijvoorbeeld met Denotatie segmenten een Excel-bestand is verdeeld in een ordersegment en een segment voor orderregels, selecteer je bij het configureren van de orderregelvelden het betreffende orderregel-segment als hoofdsleutel.

Separator

De Separator is het scheidingsteken waarmee afzonderlijke gegevens in een bestand van elkaar worden gescheiden.
Dit wordt bijvoorbeeld gebruikt bij CSV- en ASCII-bestanden. Een bestand kan bijvoorbeeld een puntkomma (;) of komma (,) als scheidingsteken gebruiken.
De Separator staat los van Denotatie segmenten.

Denotatie segmenten

Met Denotatie segmenten kun je verschillende typen regels binnen één importbestand van elkaar onderscheiden.

Je geeft hierbij aan:

  • in welke kolom het type regel staat;
  • welke waarde in die kolom aangeeft dat een nieuwe hoofdregel begint.

Bijvoorbeeld:

A,H

Hierbij betekent:

  • A = de kolom waarin het type regel staat;
  • H = de waarde die aangeeft dat een nieuwe hoofdregel begint.

Een bestand kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien:

Kolom A Kolom B Kolom C Kolom D
H ORD001 KLANT01
L ART001
L ART002
H ORD002 KLANT02
L ART003

Een regel met H in kolom A begint een nieuwe hoofdregel. De daaropvolgende regels worden aan deze hoofdregel gekoppeld totdat een nieuwe H wordt gevonden.
De gebruikte letters of waarden zijn afhankelijk van het bronbestand. H en L zijn alleen voorbeelden.
Deze functionaliteit kan bijvoorbeeld worden gebruikt wanneer een Excel-bestand zowel ordergegevens als orderregels bevat.

Velden koppelen

Nadat het bestand is ingelezen en de juiste Hoofdsleutel is geselecteerd, worden de beschikbare velden van dat onderdeel weergegeven.
Koppel ieder veld aan de kolom waarin de betreffende waarde in het importbestand staat.
Wanneer het bestand kolomkoppen bevat, kunnen deze worden gebruikt om de kolommen te herkennen.
Zorg ervoor dat de kolomkoppen bij iedere import hetzelfde zijn. Een gewijzigde kolomnaam kan ervoor zorgen dat deze niet meer overeenkomt met de inrichting van de import mapping.

Testen van een import mapping

Test een nieuwe import mapping altijd met een voorbeeldbestand voordat je deze voor reguliere imports gebruikt.

Controleer daarbij of:

  • de juiste kolommen aan de juiste Babeldat-velden zijn gekoppeld;
  • hoofdregels en onderliggende regels correct worden herkend;
  • de gegevens op het juiste niveau worden geïmporteerd;
  • bestaande gegevens correct worden herkend;
  • eventuele verplichte gegevens aanwezig zijn.

Meer informatie over het voorbereiden van het bronbestand vind je in [Bronbestand voorbereiden voor een import].